Aandacht voor mij (AvM) vond al zes keer plaats in Amsterdam Zuidoost. Welzijnscoach Irith Sy van Civic was de laatste keer bij alle bijeenkomsten aanwezig. “Ik zag hoe de informatie indruk maakte, en hoe sterk de groepsdynamiek groeide.”
27 maart 2026
Elke bijeenkomst had een thema, een deskundige gastspreker en een interactieve werkvorm. Er kwamen vrouwen op af met verschillende (culturele) achtergronden. “De onderwerpen die aan bod kwamen, spraken hen enorm aan,” vertelt Irith. “Zij hadden echt honger naar kennis over het vrouwenlichaam: wat voeding met je lichaam doet, hoe je omgaat met stress en hoe je kan blijven bewegen als je pijn hebt. Ook de lichamelijke en emotionele veranderingen rondom de overgang bleek een relevant thema. Het mooie was dat oudere dames, die al door dat hele proces heen zijn, vertelden over hun ervaringen. Ze gaven de andere vrouwen tips over wat wel en niet helpt en weten dat het op een gegeven moment overgaat. Die uitwisseling tussen generaties en te merken dat het onderwerp niet meer zo’n taboe is, was mooi om te zien.”
Irith benoemt dat professionals in zorg en welzijn vaak gewend zijn om voor een groep te staan en informatie te delen. Maar doe je alleen dat, dan kun je voorbijgaan aan de kennis die er al in een groep is en wat het betekent als ze dit onderling delen.
Voor een actieve groepsuitwisseling is het wel nodig dat de bijeenkomsten op een laagdrempelige locatie plaatsvinden, zoals een buurthuis. En dat er een veilige ruimte wordt gecreëerd. Daarvoor is het belangrijk dat deelnemers vóór de eerste bijeenkomst contact hebben met een bekend gezicht, zoals welzijnscoaches Irith Sy en Haznya Blijd of Haidy Bijnaar van stichting Buurvrouwennetwerk die Aandacht voor mij in Zuidoost organiseert. Dat wekt vertrouwen. Haidy pakt het de eerste bijeenkomst ook goed aan, vertelt Irith. Ze legt uit dat alles wat de deelnemers bespreken in deze ruimte blijft en het is niet verplicht om iets te vertellen.
Irith ziet de vrouwen in het begin verlegen binnenkomen, of een afwachtende houding aannemen. Elke bijeenkomst worden ze wat losser. “Ze vertellen verhalen over hun leven, ook heftige,” vertelt ze. “Na een paar bijeenkomsten zag ik dat de vrouwen elkaar gingen dragen. Ze steunden en enthousiasmeerden elkaar. De groep was als een therapeut voor elkaar. Aan het einde van de rit zijn er vriendschappen ontstaan. Ik kom ze nu weleens tegen in de stad als ze samen op pad zijn.”
Terugkomdag
Uit de evaluatie blijkt dat de vrouwen het samenzijn en ‘even alle ellende vergeten’ het meest waardevol vinden. Daarnaast waarderen ze de informatie die ze krijgen en dat ze dit direct in hun eigen leven kunnen toepassen. Een terugkomdag, waar even gecheckt kan worden hoe het nu met hen gaat, kan wel zinvol zijn, meent Irith, want anders weet je niet of de vrouwen nog ondersteuning nodig hebben. Het is mogelijk interessant om deelnemers door te laten stromen naar een AvM reeks die specifiek voor een bepaalde doelgroep bestemd is, zoals Mantelzorgers & Aandacht voor Mij. In de toekomst kan het relevant zijn om een groep op te zetten voor mensen met financiële problemen, meent ze, want dit veroorzaakt ook stress en kan tot lichamelijke klachten leiden.
“Met Aandacht voor mij nemen vrouwen weer meer regie over hun eigen leven” – Irith Sy, welzijnscoach
Inmiddels hebben Haidy en Irith vertrouwen in elkaars rol. Al houden ze elkaar hier ook scherp in, omdat verantwoordelijkheden in drukke tijden weleens kunnen verschuiven. Haidy is gespreksleider van alle bijeenkomsten en regelt alle praktische zaken: data, tijden, locatie en aanmeldingen. De welzijnscoaches Irith en Haznya doen de intakegesprekken – ‘dan hebben ze ons alvast een keer gezien’ – en zijn er voor de emotionele ondersteuning van de vrouwen, tijdens de bijeenkomst of daarna. Het komt voor dat iemand te veel aandacht vraagt, of ongewenst gedrag in een groep vertoont. Irith belde haar dan op om te vragen wat er aan de hand is. Ook als er binnen de groep onenigheid of disbalans ontstaat, probeert ze dat op te lossen.
De werving van deelnemers liep in het begin vooral via de welzijnscoaches en het Buurvrouwennetwerk. Irith en Haznya belden alle deelnemers aan Welzijn op Recept af om te kijken of dit iets voor hen zou zijn. De laatste keer liepen de aanmeldingen via het UMC, het Buurtteam, vrijwilligersactiviteiten (postsorteergroep) en de Langleven Thuisflat Garstkamp (ouderen). Veruit de meeste doorverwijzingen liepen via huisartsen en POH’s.
Het is voor een duurzame samenwerking met huisartsen en POH’s raadzaam om te werken met een jaarplanning, zodat ze weten wanneer er een nieuwe groep start. “Het is goed als AvM twee tot drie keer per jaar terugkomt. Om het echt als een soort olievlek door heel Zuidoost te verspreiden, want er zijn zoveel vrouwen die hierbij baat zouden hebben. En als het lukt, om er net als ik een keer alle bijeenkomsten bij te zijn, dan zie je hoe de vrouwen grapjes maken, veel lachen, lief en leed delen, zich ontwikkelen en de groep groeit. Dan merk je: hiervoor doe ik dit werk.”
Nazha deed mee aan Aandacht voor mij & Mantelzorg in Amsterdam-Oost. Al acht jaar verzorgt ze haar man die Parkinson heeft en vrijwel volledig van haar afhankelijk is. “Ik voel me nu niet meer alleen staan.”
27 maart 2026
Nazha had last van hoofdpijn en voelde zich regelmatig verdrietig, zonder dat ze goed wist waar het vandaan kwam. Haar kinderen zijn het huis uit, waardoor de zorg voor haar man op haar schouders rust. Een vriendin nam haar mee naar Aandacht voor mij. Tussen december 2025 en februari 2026 volgde Nazha vijf bijeenkomsten die voor mantelzorgers bedoeld waren.
Wat er zo goed werkt is dat het informatief is, én dat er aandacht is voor de behoeftes van de groep, ziet Habiba Bouanan, coördinator Aandacht voor mij in Oost. In de groep van Nazha bleek dat meerdere vrouwen het lastig vonden om grenzen te stellen. Ook Nazha. Haar man slaapt vooral overdag en is in de nacht wakker. Hij vindt het prettig om op de bank in de woonkamer te liggen en dat zij dichtbij is. Ze sliep daarom regelmatig op de grond, waardoor haar slaapritme verstoord raakte. Nazha heeft geleerd dat het ook belangrijk is om voor zichzelf te zorgen. Door eerder haar grens aan te geven. Ze slaapt weer in haar eigen bed en krijgt een betere nachtrust.
“In de bijeenkomsten zien de deelnemers dat er verschillende meningen en manieren zijn waarop vrouwen in het leven staan. Nazha zat vast in een traditioneel rollenpatroon, omdat ze dat vanuit haar cultuur meekreeg. Nu heeft ze gezien dat je met respect voor de ander, ook goed voor jezelf kan zorgen,” licht Habiba toe.
“Ik voel me niet meer alleen,” zegt Nazha. “Dat is de allerbelangrijkste uitkomst.” Ze ontmoette lotgenoten uit de buurt waar ze nog steeds contact mee heeft. Dat de vrouwen allemaal mantelzorger zijn, werkt verbindend omdat ze elkaars situatie herkennen en erkennen. Elke dinsdag komen ze bij elkaar voor de vervolgcursus Omgaan met stress van partnerorganisatie Arkin. Ook zien ze elkaar op de markt en appen ze. “Ze vinden steun bij elkaar als het zwaar wordt en ze kunnen bij mij terecht als ze een vraag hebben,” zegt Habiba.
Cultuursensitief
Dat Aandacht voor mij en nu ook de vervolgcursus Omgaan met stress aanslaan bij Nazha, heeft in belangrijke mate te maken met taal: de begeleiders spreken Arabisch, haar moedertaal. Hierdoor begrijpt ze de informatie en kan ze zich goed uitdrukken, waardoor de hulpverleners haar beter begrijpen.
Bij de tweede bijeenkomst kwamen onderzoekers van de VU spreken over een cultuursensitieve benadering van mantelzorgers. Ze vroegen de deelnemers hoe de huidige e-learning meer mantelzorgers met een migratieachtergrond kan aanspreken.
Er is online vrij veel informatie te vinden over mantelzorgen, maar als migrantenouderen de taal niet zo goed spreken en/of online niet actief zijn, dan gaat deze informatie aan hen voorbij. De deelnemers gaven aan dat de beelden in de voorlichting meer representatief voor mensen met een migratieachtergrond kunnen zijn en dat het handig is om de informatie te vertalen in diverse audio-fragmenten. Mantelzorgers kunnen de informatie nu beluisteren in meerdere talen en hoeven niet te lezen. Dat maakt het een stuk toegankelijker.
Nazha zit tegenwoordig veel beter in haar vel. Haar klachten zijn niet helemaal over, wel een stuk verminderd. Het belangrijkste is dat ze nu elke dinsdag even het huis uit kan en aandacht aan zichzelf kan geven. Ze leert Nederlands, doet mee aan de cursus Omgaan met stress en ontmoet buurtgenoten. Het zou nog beter zijn als er een tweede dag in de week bij kan komen, waarop ze naar de sportschool kan gaan of naar een dansworkshop voor vrouwen, bijvoorbeeld van Dance Connects. De komende tijd kijkt ze met Habiba hoe ze dit voor elkaar kan krijgen. Mogelijk komt haar man in aanmerking voor een dagbesteding of kan een van de kinderen voor hem zorgen.
Habiba pleit voor een doorgaande leerlijn, waarbij deelnemers aan Aandacht voor mij doorstromen naar andere cursussen, een lotgenotengroep of via de welzijnscoach bij een activiteit in de buurt terechtkomen. “Zodat we mensen langdurig kunnen ondersteunen, dat is nodig voor een blijvende impact.”
Aandacht voor Mij vond vier keer plaats in Oost, waarvan twee keer met een focus op Mantelzorg. Stichting Prachtvrouw begeleidt dit. In mei 2026 start een nieuwe groep.
Nadat Vergil Bingen meedeed aan Aandacht voor mij (AvM), werd ze ervaringsdeskundige. Dat bevalt zo goed dat ze andere deelnemers oproept om haar voorbeeld te volgen. “Als je van betekenis kan zijn voor anderen, doet dat ook jezelf goed.”
27 maart 2026
Een aantal jaar geleden nam de buurvrouw van Vergil haar mee naar Aandacht voor mij in Zuidoost. Ze kampte met terugkerende depressies en kreeg eerder geestelijke gezondheidszorg. “AvM prikkelde me om weer de deur uit te gaan. Ik kwam langzaam uit mijn isolement en in contact met andere vrouwen. Dat heeft mijn herstel echt een boost gegeven,” vertelt ze.
Het sprak haar vooral aan dat ze vrouwen ontmoette die met vergelijkbare problemen rondlopen. De erkenning van haar situatie deed haar goed. Ook de workshop over palliatieve zorg en omgaan met stress van Arkin maakte veel indruk. Ze realiseerde zich dat je eerst voor jezelf moet zorgen, voordat je er voor een ander kan zijn.
Na afloop van AvM wilde Vergil graag zelf coach worden. Ze kwam bij TEAM ED terecht, een sociaal uitzendbureau voor ervaringsdeskundigen in Amsterdam en Hoofdorp. Bij hen volgde ze een training en een traineeship tot ervaringsdeskundige. Hierna hielp ze drie jaar lang andere Amsterdammers met een hulpvraag als ervaringsdeskundige.
Inmiddels werkt ze ook als ervaringsdeskundige bij Aandacht voor mij. Ze volgde al vier trajecten en is er bij elke bijeenkomst bij. Dan helpt ze vrouwen die vragen hebben en wijst op instanties en cultuurcoaches die cultuursensitief werken in Zuidoost.
“Een ervaringsdeskundige heeft kennis van de professionele hulpverlening en is geschoold door de eigen ervaring. Hierdoor kan diegene zich goed inleven in iemand met vergelijkbare problematiek en weet als geen ander hoe je terugkeert in een stabiele leefomgeving. Daarom werken professionals graag samen met ons samen,” vertelt Vergil.
“Ik ben geen therapeut, ik ben een hoopverlener,” gaat ze verder. “Ik verleen hoop door mijn eigen herstelverhaal te delen met de groep. Dat heeft waarde voor de ander en zorgt ervoor dat we ons verbonden voelen. Ik wist niet dat luisteren, verbinden, doorvragen en vooral niet oordelen of adviseren hoe iemand het moet doen, gewoon werkt!”
Herstelproces
Het is niet vanzelfsprekend dat iemand die een geïsoleerd leven leidt en mentale gezondheidsproblemen heeft, meedoet aan AvM. Vergil vertelt hoe belangrijk het is dat iemand je meeneemt die je vertrouwt. Bij haar was het de buurvrouw, met wie ze een goede band heeft. Civic Amsterdam werkt bijvoorbeeld met een participatiecoach. “Ik weet niet of ik uit mezelf was gegaan als ik een flyer in de brievenbus had gekregen,” voegt Vergil eraan toe.
“Ik merk ook dat als je ziek bent, of dat nou lichamelijk of geestelijk is, alleen de zorg van het zorgsysteem niet voldoende is. Eén keer in de week therapie is voor veel mensen niet genoeg. Als je hiernaast met een ervaringsdeskundige kan bellen, wandelen of naar een activiteit kan gaan, dan ondersteunt dat jouw herstelproces. Dat heb ik gezien en ook zelf ervaren.”
Ze is ervan overtuigd dat iemand die bijvoorbeeld jarenlang in armoede heeft geleefd, een ander die nu in armoede zit gemakkelijker en beter kan begrijpen. Dat diegene de juiste woorden vindt, sneller verbinding kan maken en er daardoor ook voor kan zorgen dat de ander makkelijker een weg vindt naar hulp.
Vergil vermoedt dat de bijeenkomsten van AvM lang doorwerken bij de vrouwen, maar weet het niet zeker. Na een traject gaat ieder weer zijn eigen weg en raakt ze het contact kwijt. Hier heeft de welzijnscoach een rol. Deze is er meestal de eerste en laatste bijeenkomst bij en kan vrouwen die daar behoefte aan hebben doorverwijzen naar passende activiteiten in de buurt. De ervaringsdeskundige die het traject meegelopen heeft, kan meewerken aan een warme overdracht.
“Laat iemand die gepassioneerd is over AvM mee blijven lopen, als coach of ervaringsdeskundige, wat het beste past. Als je van betekenis kan zijn voor anderen, doet dat ook jezelf goed.”
Langdurige stress komt veel voor bij deelnemers aan Aandacht voor Mij (AvM). Daarom is Arkin gevraagd om een voorlichting omgaan met stress te geven. Preventiedeskundige Sebnem Cim ziet de voordelen van samenwerken en trekt deze lijn graag door in het vervolgtraject, samen met álle betrokken organisaties.
27 maart 2026
De specialistische ggz-instelling Arkin behandelt mensen die kampen met verslaving, depressies, trauma’s of ernstige (ook meervoudige) psychiatrische aandoeningen. Sebnem richt zich als preventiedeskundige vooral op het vroeg signaleren van lichte of beginnende psychische klachten zoals stress, somberheid of angst problemen bij volwassenen en ouderen, waaronder mensen met een migratieachtergrond.
De deelnemers komen vaak uit een wij-cultuur waarin het een taboe kan zijn om te praten over psychische problemen. Dan is het lastig om openlijk over gevoelens of stress te praten. Soms weten mensen niet bij wie ze terechtkunnen voor ondersteuning, of vinden ze het moeilijk om hun emoties en ervaringen onder woorden te brengen. “Ons team is heel divers en bestaat deels uit collega’s met een migratieachtergrond, waardoor wij informatie op een cultuursensitieve manier kunnen overbrengen, goed kunnen aansluiten bij de belevingswereld van deelnemers en rekening houden met hun ervaringen en culturele achtergrond,” vertelt Sebnem
Binnen AvM geeft Sebnem de voorlichtingsbijeenkomst Omgaan met stress en ze coördineert de aanvragen die daarvoor bij Arkin Preventie binnenkomen. Ze vertelt dat langdurige stress of spanning kan leiden tot zowel lichamelijke als psychische klachten. Denk bijvoorbeeld aan vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn of slaapproblemen. Ook kun je je prikkelbaar, somber of angstig voelen. Dit komt doordat je lichaam voortdurend in een soort ‘alarmstand’ staat, waardoor het minder goed kan herstellen en ontspannen. In zo’n geval is het belangrijk om te onderzoeken wat de oorzaak is en te kijken wat je eraan kunt doen.
Sebnem Cim ziet in de praktijk dat mensen zich regelmatig herkennen in wat ze bespreken. Het meedoen aan AvM verlaagt de drempel voor deelnemers om contact op te nemen met Arkin, bijvoorbeeld voor ondersteuning in de vorm van persoonlijke adviesgesprekken of een vervolgcursus. “De grote winst is dat we nu sneller contact hebben met mensen die ons nodig hebben,” zegt ze.
Ze leert ook medewerkers van andere organisaties kennen, waardoor ze nu eerder contact met elkaar opzoeken om te overleggen over een casus. “Aandacht voor mij vormt een brug tussen de formele en de informele zorg,” licht Sebnem toe. “Het brengt diverse disciplines en expertises bij elkaar ten behoeve van een groep kwetsbare Amsterdammers. Dat we nu buiten de bijeenkomsten om gebruik kunnen maken van elkaars expertise, zie ik ook als een grote winst.”
Samenwerken in vervolgtraject
Sebnem vindt een stedelijk netwerk cruciaal en pleit voor een regelmatig overleg tussen alle betrokken partners, om te bespreken wat goed werkt en wat beter kan. “Wat komt uit de evaluaties met de deelnemers? Wat betekent dat voor het programma dat we in gezamenlijkheid aanbieden? En wat kunnen we verbeteren om het programma nog beter te laten aansluiten op de behoeften van de deelnemers?” vraagt ze zich af.
Als je bij elkaar komt, kan je ook vooruitdenken. Sebnem stelt voor om te bespreken waar de verschillende groepen behoefte aan hebben en wie dat op welke manier op de korte termijn kan oppakken. “Een partnerorganisatie kan bijvoorbeeld een vervolgcursus aanbieden in hetzelfde buurthuis als waar AvM plaatsvindt. Dan is de stap om deel te nemen aan vervolgaanbod voor de deelnemer een heel stuk kleiner. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Als we hierover regelmatig van gedachten wisselen, kunnen we met elkaar en met de coördinator toewerken naar een goede planning. De kracht van Aandacht voor mij is dat het zo verbindend werkt. Ik zou dat ook willen behouden voor het vervolgproject. Ik heb mijn expertise, maar alleen daarmee kan je niet tegemoetkomen aan alle behoeften van mensen. Daar heb je elkaar voor nodig.”
Sleutelfiguren die de cultuur begrijpen en de moedertaal spreken van mantelzorgers met een migratieachtergrond, spelen een cruciale rol in de hulpverlening. Daarvan is Menekse Tromp, voorlichter over steun aan mantelzorgers binnen Aandacht voor Mij (AvM), overtuigd. “Als je weet wat er speelt, kun je mensen beter begeleiden.
27 maart 2026
Markant traint en ondersteunt mantelzorgers en zorgprofessionals op het gebied van mantelzorg(ondersteuning), als onderdeel van Cordaan. Menekse Tromp is coördinator vrijwilligerswerk bij Markant. Zij gaf een voorlichting over steun aan mantelzorgers binnen de pilot Aandacht voor mij & Mantelzorg, die in 2025 en 2026 in Amsterdam-Oost en Zuidoost draaide.
Welzijn op Recept knoopte de samenwerking aan omdat er veel vrouwelijke mantelzorgers meededen aan Aandacht voor mij (AvM) en we op zoek waren naar welk aanbod het beste bij hen aan zou sluiten. Markant biedt in hun programma trainingen, inloopspreekuren en adviesgesprekken aan.
Menekse kijkt positief terug op de samenwerking. “Wij kwamen direct in contact met mantelzorgers met een migratieachtergrond, een belangrijke doelgroep voor ons.” Ze weet uit ervaring dat mantelzorgers met een migratieachtergrond vaak minder goed de weg weten te vinden naar hulpverleners. Soms omdat ze de taal niet goed spreken, en soms omdat ze niet weten hoe het hier in Nederland werkt. “En dan kunnen ze vast komen te zitten met hun problematiek.”
Sleutelfiguren die de cultuur begrijpen en de moedertaal spreken van mantelzorgers met een migratieachtergrond, zijn cruciaal, volgens Menekse. Het schept vertrouwen als je dezelfde taal spreekt, waardoor mantelzorgers zich eerder open durven te stellen. Deze groep kan het lastig vinden om te praten over hun situatie. Ze komen uit een gemeenschap waarin iedereen elkaar kent en er soms een stigma rust op het praten over je problemen.
Markant heeft een divers team. Menekse spreekt Turks, een collega van haar Marokkaans en bij de bijeenkomst in Oost namen ze iemand mee die goed Arabisch spreekt. Dat werkt goed, volgens Menekse. “Op het moment dat mantelzorgers zich verbonden voelen met de hulpverlener, komen ze los en hoor je een heleboel. Als je weet wat er aan de hand is, lukt het beter om mensen te begeleiden. En je kan laten weten dat het normaal is hoe zij zich voelen en dat ze ondersteuning kunnen krijgen. Daarna durven ze meer.”
Grenzen aangeven
Wat vaak terugkeert in de begeleiding van mantelzorgers en zorgprofessionals, is grenzen aan durven geven en nee leren zeggen. Het zorgen voor iemand die dat niet meer zelf kan, is een verantwoordelijke rol, waar naasten zich vaak volledig voor inzetten. Het kan ze boven het hoofd groeien, als het niet lukt om tijdig grenzen aan te geven. “Met trainingen en cursussen zoals Aandacht voor mij kun je oefenen met wanneer en hoe je je grenzen aangeeft, met respect voor de ander,” legt Menekse uit.
“Het gaat om kleine stappen in een langdurend proces. Iemand durft vandaag tegen iets kleins nee te zeggen. Probeert het een dag later nog eens en gaat misschien de deur uit om iets voor zichzelf te doen. Als je je er eenmaal bewust van bent, kun je groeien.”
Samenwerken met andere organisaties
Markant gaf de voorlichting tegelijk met een andere partner: Arkin, die gespecialiseerd in het omgaan met stress. Menekse noemt deze samenwerking ook een pluspunt. Ze hebben elkaar beter leren kennen en spraken af om cliënten naar elkaar door te verwijzen. Als de lijnen kort zijn kunnen ze kennis en ervaringen uitwisselen en de zorg weer verdiepen. Ze ziet genoeg redenen om de eerste kennismaking en samenwerking binnen Aandacht voor mij, ook met stichting Prachtvrouw die het in Oost organiseerde, verder uit te bouwen in de toekomst.
José Helmer, welzijnscoach en buurtwerker in Oud Zuid, gaf een college over Welzijn op Recept aan zeventien geneeskundestudenten – twee uit Canada, vijftien uit Nederland – van de minor Global Health aan de Vrije Universiteit.
16 december 2025
In deze interactieve sessie vertelde José onder andere
* dat psychosociale problemen vaak een rol spelen bij een bezoek aan de huisarts
* over het belang van sociale determinanten van gezondheid, zoals verbinding en zingeving
* over de rol van de welzijnscoach: kijken naar wat iemand energie geeft en samen stapjes vooruitzetten
* hoe aandacht, routine en activiteiten kunnen bijdragen aan herstel
* over de samenwerking tussen de zorg en het sociaal domein voor betere uitkomsten, voor de patiënt én het zorgsysteem
Daarnaast kregen de studenten praktische handvatten mee voor hun toekomstige werk als medisch vakkundige. José vertelde over het belang van vragen naar sociale contacten en daginvulling, het herkennen van psychosociale signalen achter lichamelijke klachten, het normaliseren van een welzijnsrecept, en het samenwerken met welzijnscoaches en sociaal werkers.
Na afloop complimenteerde een van de studenten haar met de woorden dat zij dit college volgend jaar zeker weer moet geven, omdat ze het zo goed en betrokken verzorgde.
Een mooi voorbeeld van hoe Welzijn op Recept, of Wellbeing on Prescription, ook in de toekomstige medische praktijk een plek kan krijgen!
Binnen drie jaar tijd is het aantal deelnemers aan Welzijn op Recept in Weesp exponentieel gegroeid van 0 naar 44. Susan Wognum, welzijnscoach en sociaal werker Wonen, Welzijn en Mantelzorg in Weesp, vertelt over het belang van vertrouwen en maatwerk.
16 december 2025
“De kracht van Weesp is dat het om een hechte gemeenschap gaat,” zegt Susan. “Als ik met iemand meega naar een activiteit, kent diegene vaak al iemand anders uit de stad. Dat vergroot het vertrouwen. Veel mensen durven niet in hun eentje de stap te zetten om ergens naartoe te gaan, dus ben ik hun stok achter de deur. En als ze eenmaal geweest zijn, merken ze dat de drempel in hun hoofd hoger was dan in het echt. Zeker wanneer ze anderen herkennen, komen ze graag terug. Dit leidt tot 70% duurzame zorg.”
“Sportactiviteiten zijn erg populair. Vooral de mix and move is een grote hit,” legt ze met een lach uit. “Dat ligt ook aan de trainer, die animeert en enthousiasmeert. De mensen willen alleen al voor hem in beweging komen. Maar we hebben ook een wandelclub, een fietsclub, een creatieve club en meer.”
Het grootste deel van de deelnemers zijn 55+’ers die zich eenzaam voelen en een heel geïsoleerd leven leiden. Zij zijn bang om naar buiten te gaan of iets te ondernemen, al willen ze wel graag onder de mensen komen.
De laatste tijd zijn daar ook mensen met een psychische kwetsbaarheid bijgekomen, die te maken hebben met een complexe problematiek. Zij kijken kritisch naar het aanbod van activiteiten en hebben bij voorkeur een op een contact, of in kleine groepen. Voor hen zette Susan de GGZ-eetclub op. Nu koken en eten mensen met een herkenbare achtergrond samen, onder begeleiding van Team Ed: een groep ervaringsdeskundigen die bekend zijn met de problematiek en op vrijwillige basis de hulpvrager een-op-een begeleiding bieden. “Deze mensen zijn vooral in de avond eenzaam en eten verbindt ontzettend, daar bereik je veel mensen mee.”
In 2025 initieerde kwartiermaker Maaike Riemersma Aandacht voor mij in maar liefst vijf stadsdelen. Hiermee verstevigde ze ook de netwerksamenwerking vanuit WoR. In Nieuw-West met emancipatiecentrum voor vrouwen Doenja, in Zuidoost met Buurvrouwennetwerk, in Oost met Stichting Prachtvrouw, in West met Vrouwen Vooruit en in Noord met Warm Welkom, een initiatief dat nieuwkomers ondersteunt.
16 december 2025
Nieuw dit jaar was een accent op de bestrijding van eenzaamheid (in West) en de introductie van de thema’s overgang en mantelzorgondersteuning. Enthousiasme voor de aanpak zien we behalve bij deelnemers ook bij welzijnscoaches en huisartsen. Een zorgverzekeraar en wethouder bleken evenzeer onder de indruk van de impact op de deelnemers, zo bleek bij het werkbezoek bij Doenja in juli 2025.
Het project Aandacht voor mij verlegt de focus van klachten naar de eigen kracht en het eigen welbevinden. Om mensen zo van het medische circuit te bewegen naar welzijn en participatie. Centraal staat de wisselwerking tussen lichaam en geest en wat je zelf kan doen aan de klachten.
Deze vorm van collectief Welzijn op Recept, blijkt goed te werken als een eerste stap naar bijvoorbeeld het oppakken van een activiteit in de wijk. Of het vinden van meer balans in inspanning en ontspanning. De ervaring leert dat de lichamelijke klachten van deelnemers aan het project verminderen, waarmee ze beter te behandelen zijn.
Bekijk hierboven de film of lees meer over Aandacht voor mij in: WoR tegen eenzaamheid
Zorg en welzijn wil toegankelijk zijn voor alle Amsterdammers. Dus ook voor mensen met een licht verstandelijk beperking (LVB). Toch merken professionals die werken in zorg en welzijn deze beperking niet altijd op. Op acht november 2025 gingen professionals met elkaar in gesprek over hoe je LVB herkent, en wat je dan juist moet doen of laten.
16 december 2025
Na signalen van de huisartsen en buurtwerk sloegen Eela, Welzijn op Recept en KersterCare de handen ineen voor een Wijktreffer in woonzorgcentrum De Boeg. Het doel: leer elkaar en elkaars perspectief beter kennen, en deel kennis, tips en ervaringen op dit thema. Met als prettig nevenaffect de versterking van de lokale medisch-sociale samenwerking. Want de organisatie had het voor elkaar weten te krijgen dat het hele veld – van huisartsen, POH’s en ergotherapeuten tot buurtteammedewerkers, buurtwerkers en begeleiders – er was om mee te praten vanuit de eigen expertise.
Het onderwerp is belangrijk genoeg. LVB vergt echt de nodige aandacht en gevoeligheid voor wat je juist moet doen en laten, zoals Ingeborg Capel, beleidsadviseur LVB van Cordaan, in haar presentatie aantoonde. Het allerbelangrijkste is dat mensen zich gezien voelen, en begripvol en deskundig worden geholpen.
Dat illustreerde ook Abdullahi van Buro Ervaringskracht. Zijn persoonlijke verhaal over zijn depressie, herstel hiervan en omgaan met onbegrip maakte veel indruk op de aanwezigen. Het gaf een extra motivatie voor de gesprekken aan tafel. Daar bespraken en reflecteerden de deelnemers vanuit het perspectief van zorg, welzijn en overige ondersteuning dezelfde Amsterdammer. Dat pakte heel goed uit.
Meer weten? Mail welzijnsoprecept@amsterdam.nl
Birgit Anthonio is afgelopen augustus begonnen als ketenregisseur Welzijn op Recept Amsterdam en Overgewicht en Obesitas bij Volwassenen. Zij is voor deze rol zowel lid van het team preventie van afdeling Zorg als onderdeel van de pool ketenregisseurs van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst.
16 december 2025
Birgit Anthonio’s dubbelrol geeft een interessante meerwaarde bij haar klus om stedelijke en lokale ketensamenwerking tussen zorg en welzijn te verstevigen, of op te bouwen als de keten nog ontbreekt of niet functioneert. Daarbij: Birgit komt uit het welzijnswerk. Ze was hiervoor tien jaar teammanager welzijn bij Dynamo, dus ze kent de praktijk.
De afgelopen maanden sprak Birgit met een flinke hoeveelheid ketenpartners van Welzijn op Recept om te horen wat er in de praktijk speelt: huisartsen, Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH’s), psychologen, Elaa, Regionale Organisatie Huisartsen Amsterdam (ROHA), evenals apothekers, welzijnscoaches en teamleiders van verschillende welzijnsorganisaties in de stad.
Op dit moment verzamelt ze alle uitkomsten en werkt toe naar een voorstel voor een gezamenlijke visie op integraal werken en concrete actiepunten die de keten optimaliseren. Uiteraard in nauwe afstemming met de welzijnsorganisaties die Welzijn op Recept uitvoeren. “Het is positief dat er meer aandacht voor de preventie van gezondheidsproblemen is, en dat de zorg wordt ontlast, maar we moeten het wel samen doen,” stelt Birgit.
Meer weten? Mail welzijnoprecept@amsterdam.nl, of b.anthonio@amsterdam.nl