Aandacht voor mij (AvM) vond al zes keer plaats in Amsterdam Zuidoost. Welzijnscoach Irith Sy van Civic was de laatste keer bij alle bijeenkomsten aanwezig. “Ik zag hoe de informatie indruk maakte, en hoe sterk de groepsdynamiek groeide.”
27 maart 2026
Elke bijeenkomst had een thema, een deskundige gastspreker en een interactieve werkvorm. Er kwamen vrouwen op af met verschillende (culturele) achtergronden. “De onderwerpen die aan bod kwamen, spraken hen enorm aan,” vertelt Irith. “Zij hadden echt honger naar kennis over het vrouwenlichaam: wat voeding met je lichaam doet, hoe je omgaat met stress en hoe je kan blijven bewegen als je pijn hebt. Ook de lichamelijke en emotionele veranderingen rondom de overgang bleek een relevant thema. Het mooie was dat oudere dames, die al door dat hele proces heen zijn, vertelden over hun ervaringen. Ze gaven de andere vrouwen tips over wat wel en niet helpt en weten dat het op een gegeven moment overgaat. Die uitwisseling tussen generaties en te merken dat het onderwerp niet meer zo’n taboe is, was mooi om te zien.”
Irith benoemt dat professionals in zorg en welzijn vaak gewend zijn om voor een groep te staan en informatie te delen. Maar doe je alleen dat, dan kun je voorbijgaan aan de kennis die er al in een groep is en wat het betekent als ze dit onderling delen.
Voor een actieve groepsuitwisseling is het wel nodig dat de bijeenkomsten op een laagdrempelige locatie plaatsvinden, zoals een buurthuis. En dat er een veilige ruimte wordt gecreëerd. Daarvoor is het belangrijk dat deelnemers vóór de eerste bijeenkomst contact hebben met een bekend gezicht, zoals welzijnscoaches Irith Sy en Haznya Blijd of Haidy Bijnaar van stichting Buurvrouwennetwerk die Aandacht voor mij in Zuidoost organiseert. Dat wekt vertrouwen. Haidy pakt het de eerste bijeenkomst ook goed aan, vertelt Irith. Ze legt uit dat alles wat de deelnemers bespreken in deze ruimte blijft en het is niet verplicht om iets te vertellen.
Irith ziet de vrouwen in het begin verlegen binnenkomen, of een afwachtende houding aannemen. Elke bijeenkomst worden ze wat losser. “Ze vertellen verhalen over hun leven, ook heftige,” vertelt ze. “Na een paar bijeenkomsten zag ik dat de vrouwen elkaar gingen dragen. Ze steunden en enthousiasmeerden elkaar. De groep was als een therapeut voor elkaar. Aan het einde van de rit zijn er vriendschappen ontstaan. Ik kom ze nu weleens tegen in de stad als ze samen op pad zijn.”
Terugkomdag
Uit de evaluatie blijkt dat de vrouwen het samenzijn en ‘even alle ellende vergeten’ het meest waardevol vinden. Daarnaast waarderen ze de informatie die ze krijgen en dat ze dit direct in hun eigen leven kunnen toepassen. Een terugkomdag, waar even gecheckt kan worden hoe het nu met hen gaat, kan wel zinvol zijn, meent Irith, want anders weet je niet of de vrouwen nog ondersteuning nodig hebben. Het is mogelijk interessant om deelnemers door te laten stromen naar een AvM reeks die specifiek voor een bepaalde doelgroep bestemd is, zoals Mantelzorgers & Aandacht voor Mij. In de toekomst kan het relevant zijn om een groep op te zetten voor mensen met financiële problemen, meent ze, want dit veroorzaakt ook stress en kan tot lichamelijke klachten leiden.
“Met Aandacht voor mij nemen vrouwen weer meer regie over hun eigen leven” – Irith Sy, welzijnscoach
Inmiddels hebben Haidy en Irith vertrouwen in elkaars rol. Al houden ze elkaar hier ook scherp in, omdat verantwoordelijkheden in drukke tijden weleens kunnen verschuiven. Haidy is gespreksleider van alle bijeenkomsten en regelt alle praktische zaken: data, tijden, locatie en aanmeldingen. De welzijnscoaches Irith en Haznya doen de intakegesprekken – ‘dan hebben ze ons alvast een keer gezien’ – en zijn er voor de emotionele ondersteuning van de vrouwen, tijdens de bijeenkomst of daarna. Het komt voor dat iemand te veel aandacht vraagt, of ongewenst gedrag in een groep vertoont. Irith belde haar dan op om te vragen wat er aan de hand is. Ook als er binnen de groep onenigheid of disbalans ontstaat, probeert ze dat op te lossen.
De werving van deelnemers liep in het begin vooral via de welzijnscoaches en het Buurvrouwennetwerk. Irith en Haznya belden alle deelnemers aan Welzijn op Recept af om te kijken of dit iets voor hen zou zijn. De laatste keer liepen de aanmeldingen via het UMC, het Buurtteam, vrijwilligersactiviteiten (postsorteergroep) en de Langleven Thuisflat Garstkamp (ouderen). Veruit de meeste doorverwijzingen liepen via huisartsen en POH’s.
Het is voor een duurzame samenwerking met huisartsen en POH’s raadzaam om te werken met een jaarplanning, zodat ze weten wanneer er een nieuwe groep start. “Het is goed als AvM twee tot drie keer per jaar terugkomt. Om het echt als een soort olievlek door heel Zuidoost te verspreiden, want er zijn zoveel vrouwen die hierbij baat zouden hebben. En als het lukt, om er net als ik een keer alle bijeenkomsten bij te zijn, dan zie je hoe de vrouwen grapjes maken, veel lachen, lief en leed delen, zich ontwikkelen en de groep groeit. Dan merk je: hiervoor doe ik dit werk.”
Nazha deed mee aan Aandacht voor mij & Mantelzorg in Amsterdam-Oost. Al acht jaar verzorgt ze haar man die Parkinson heeft en vrijwel volledig van haar afhankelijk is. “Ik voel me nu niet meer alleen staan.”
27 maart 2026
Nazha had last van hoofdpijn en voelde zich regelmatig verdrietig, zonder dat ze goed wist waar het vandaan kwam. Haar kinderen zijn het huis uit, waardoor de zorg voor haar man op haar schouders rust. Een vriendin nam haar mee naar Aandacht voor mij. Tussen december 2025 en februari 2026 volgde Nazha vijf bijeenkomsten die voor mantelzorgers bedoeld waren.
Wat er zo goed werkt is dat het informatief is, én dat er aandacht is voor de behoeftes van de groep, ziet Habiba Bouanan, coördinator Aandacht voor mij in Oost. In de groep van Nazha bleek dat meerdere vrouwen het lastig vonden om grenzen te stellen. Ook Nazha. Haar man slaapt vooral overdag en is in de nacht wakker. Hij vindt het prettig om op de bank in de woonkamer te liggen en dat zij dichtbij is. Ze sliep daarom regelmatig op de grond, waardoor haar slaapritme verstoord raakte. Nazha heeft geleerd dat het ook belangrijk is om voor zichzelf te zorgen. Door eerder haar grens aan te geven. Ze slaapt weer in haar eigen bed en krijgt een betere nachtrust.
“In de bijeenkomsten zien de deelnemers dat er verschillende meningen en manieren zijn waarop vrouwen in het leven staan. Nazha zat vast in een traditioneel rollenpatroon, omdat ze dat vanuit haar cultuur meekreeg. Nu heeft ze gezien dat je met respect voor de ander, ook goed voor jezelf kan zorgen,” licht Habiba toe.
“Ik voel me niet meer alleen,” zegt Nazha. “Dat is de allerbelangrijkste uitkomst.” Ze ontmoette lotgenoten uit de buurt waar ze nog steeds contact mee heeft. Dat de vrouwen allemaal mantelzorger zijn, werkt verbindend omdat ze elkaars situatie herkennen en erkennen. Elke dinsdag komen ze bij elkaar voor de vervolgcursus Omgaan met stress van partnerorganisatie Arkin. Ook zien ze elkaar op de markt en appen ze. “Ze vinden steun bij elkaar als het zwaar wordt en ze kunnen bij mij terecht als ze een vraag hebben,” zegt Habiba.
Cultuursensitief
Dat Aandacht voor mij en nu ook de vervolgcursus Omgaan met stress aanslaan bij Nazha, heeft in belangrijke mate te maken met taal: de begeleiders spreken Arabisch, haar moedertaal. Hierdoor begrijpt ze de informatie en kan ze zich goed uitdrukken, waardoor de hulpverleners haar beter begrijpen.
Bij de tweede bijeenkomst kwamen onderzoekers van de VU spreken over een cultuursensitieve benadering van mantelzorgers. Ze vroegen de deelnemers hoe de huidige e-learning meer mantelzorgers met een migratieachtergrond kan aanspreken.
Er is online vrij veel informatie te vinden over mantelzorgen, maar als migrantenouderen de taal niet zo goed spreken en/of online niet actief zijn, dan gaat deze informatie aan hen voorbij. De deelnemers gaven aan dat de beelden in de voorlichting meer representatief voor mensen met een migratieachtergrond kunnen zijn en dat het handig is om de informatie te vertalen in diverse audio-fragmenten. Mantelzorgers kunnen de informatie nu beluisteren in meerdere talen en hoeven niet te lezen. Dat maakt het een stuk toegankelijker.
Nazha zit tegenwoordig veel beter in haar vel. Haar klachten zijn niet helemaal over, wel een stuk verminderd. Het belangrijkste is dat ze nu elke dinsdag even het huis uit kan en aandacht aan zichzelf kan geven. Ze leert Nederlands, doet mee aan de cursus Omgaan met stress en ontmoet buurtgenoten. Het zou nog beter zijn als er een tweede dag in de week bij kan komen, waarop ze naar de sportschool kan gaan of naar een dansworkshop voor vrouwen, bijvoorbeeld van Dance Connects. De komende tijd kijkt ze met Habiba hoe ze dit voor elkaar kan krijgen. Mogelijk komt haar man in aanmerking voor een dagbesteding of kan een van de kinderen voor hem zorgen.
Habiba pleit voor een doorgaande leerlijn, waarbij deelnemers aan Aandacht voor mij doorstromen naar andere cursussen, een lotgenotengroep of via de welzijnscoach bij een activiteit in de buurt terechtkomen. “Zodat we mensen langdurig kunnen ondersteunen, dat is nodig voor een blijvende impact.”
Aandacht voor Mij vond vier keer plaats in Oost, waarvan twee keer met een focus op Mantelzorg. Stichting Prachtvrouw begeleidt dit. In mei 2026 start een nieuwe groep.
Nadat Vergil Bingen meedeed aan Aandacht voor mij (AvM) werd ze ervaringsdeskundige. Dat bevalt zo goed dat ze andere deelnemers oproept om haar voorbeeld te volgen. “Als je van betekenis kan zijn voor anderen, doet dat ook jezelf goed.”
27 maart 2026
Een aantal jaar geleden nam de buurvrouw van Vergil haar mee naar Aandacht voor mij in Zuidoost. Ze kampte met terugkerende depressies en kreeg eerder geestelijke gezondheidszorg. “AvM prikkelde me om weer de deur uit te gaan. Ik kwam langzaam uit mijn isolement en in contact met andere vrouwen. Dat heeft mijn herstel echt een boost gegeven,” vertelt ze.
Het sprak haar vooral aan dat ze vrouwen ontmoette die met vergelijkbare problemen rondlopen. De erkenning van haar situatie deed haar goed. Ook de workshop over palliatieve zorg en omgaan met stress van Arkin maakte veel indruk. Ze realiseerde zich dat je eerst voor jezelf moet zorgen, voordat je er voor een ander kan zijn.
Na afloop van AvM wilde Vergil graag zelf coach worden. Ze kwam bij TEAM ED terecht, een sociaal uitzendbureau voor ervaringsdeskundigen in Amsterdam en Hoofdorp. Bij hen volgde ze een training en een traineeship tot ervaringsdeskundige. Hierna hielp ze drie jaar lang andere Amsterdammers met een hulpvraag als ervaringsdeskundige.
Inmiddels werkt ze ook als ervaringsdeskundige bij Aandacht voor mij. Ze volgde al vier trajecten en is er bij elke bijeenkomst bij. Dan helpt ze vrouwen die vragen hebben en wijst op instanties en cultuurcoaches die cultuursensitief werken in Zuidoost.
“Een ervaringsdeskundige heeft kennis van de professionele hulpverlening en is geschoold door de eigen ervaring. Hierdoor kan diegene zich goed inleven in iemand met vergelijkbare problematiek en weet als geen ander hoe je terugkeert in een stabiele leefomgeving. Daarom werken professionals graag samen met ons samen,” vertelt Vergil.
“Ik ben geen therapeut, ik ben een hoopverlener,” gaat ze verder. “Ik verleen hoop door mijn eigen herstelverhaal te delen met de groep. Dat heeft waarde voor de ander en zorgt ervoor dat we ons verbonden voelen. Ik wist niet dat luisteren, verbinden, doorvragen en vooral niet oordelen of adviseren hoe iemand het moet doen, gewoon werkt!”
Herstelproces
Het is niet vanzelfsprekend dat iemand die een geïsoleerd leven leidt en mentale gezondheidsproblemen heeft, meedoet aan AvM. Vergil vertelt hoe belangrijk het is dat iemand je meeneemt die je vertrouwt. Bij haar was het de buurvrouw, met wie ze een goede band heeft. Civic Amsterdam werkt bijvoorbeeld met een participatiecoach. “Ik weet niet of ik uit mezelf was gegaan als ik een flyer in de brievenbus had gekregen,” voegt Vergil eraan toe.
“Ik merk ook dat als je ziek bent, of dat nou lichamelijk of geestelijk is, alleen de zorg van het zorgsysteem niet voldoende is. Eén keer in de week therapie is voor veel mensen niet genoeg. Als je hiernaast met een ervaringsdeskundige kan bellen, wandelen of naar een activiteit kan gaan, dan ondersteunt dat jouw herstelproces. Dat heb ik gezien en ook zelf ervaren.”
Ze is ervan overtuigd dat iemand die bijvoorbeeld jarenlang in armoede heeft geleefd, een ander die nu in armoede zit gemakkelijker en beter kan begrijpen. Dat diegene de juiste woorden vindt, sneller verbinding kan maken en er daardoor ook voor kan zorgen dat de ander makkelijker een weg vindt naar hulp.
Vergil vermoedt dat de bijeenkomsten van AvM lang doorwerken bij de vrouwen, maar weet het niet zeker. Na een traject gaat ieder weer zijn eigen weg en raakt ze het contact kwijt. Hier heeft de welzijnscoach een rol. Deze is er meestal de eerste en laatste bijeenkomst bij en kan vrouwen die daar behoefte aan hebben doorverwijzen naar passende activiteiten in de buurt. De ervaringsdeskundige die het traject meegelopen heeft, kan meewerken aan een warme overdracht.
“Laat iemand die gepassioneerd is over AvM mee blijven lopen, als coach of ervaringsdeskundige, wat het beste past. Als je van betekenis kan zijn voor anderen, doet dat ook jezelf goed.”
Langdurige stress komt veel voor bij deelnemers aan Aandacht voor Mij (AvM). Daarom is Arkin gevraagd om de voorlichting Omgaan met stress te geven. Preventiedeskundige Sebnem Cim ziet de voordelen van samenwerken en trekt deze lijn graag door in het vervolgtraject, samen met álle betrokken organisaties.
27 maart 2026
De specialistische ggz-instelling Arkin behandelt mensen die kampen met verslaving, depressies, trauma’s of ernstige (ook meervoudige) psychiatrische aandoeningen. Sebnem richt zich als preventiedeskundige vooral op het vroeg signaleren van lichte of beginnende psychische klachten zoals stress, somberheid of angst problemen bij volwassenen en ouderen, waaronder mensen met een migratieachtergrond.
De deelnemers komen vaak uit een wij-cultuur waarin het een taboe kan zijn om te praten over psychische problemen. Dan is het lastig om openlijk over gevoelens of stress te praten. Soms weten mensen niet bij wie ze terechtkunnen voor ondersteuning, of vinden ze het moeilijk om hun emoties en ervaringen onder woorden te brengen. “Ons team is heel divers en bestaat deels uit collega’s met een migratieachtergrond, waardoor wij informatie op een cultuursensitieve manier kunnen overbrengen, goed kunnen aansluiten bij de belevingswereld van deelnemers en rekening houden met hun ervaringen en culturele achtergrond,” vertelt Sebnem
Binnen AvM geeft Sebnem de voorlichtingsbijeenkomst Omgaan met stress en ze coördineert de aanvragen die daarvoor bij Arkin Preventie binnenkomen. Ze vertelt dat langdurige stress of spanning kan leiden tot zowel lichamelijke als psychische klachten. Denk bijvoorbeeld aan vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn of slaapproblemen. Ook kun je je prikkelbaar, somber of angstig voelen. Dit komt doordat je lichaam voortdurend in een soort ‘alarmstand’ staat, waardoor het minder goed kan herstellen en ontspannen. In zo’n geval is het belangrijk om te onderzoeken wat de oorzaak is en te kijken wat je eraan kunt doen.
Sebnem Cim ziet in de praktijk dat mensen zich regelmatig herkennen in wat ze bespreken. Het meedoen aan AvM verlaagt de drempel voor deelnemers om contact op te nemen met Arkin, bijvoorbeeld voor ondersteuning in de vorm van persoonlijke adviesgesprekken of een vervolgcursus. “De grote winst is dat we nu sneller contact hebben met mensen die ons nodig hebben,” zegt ze.
Ze leert ook medewerkers van andere organisaties kennen, waardoor ze nu eerder contact met elkaar opzoeken om te overleggen over een casus. “Aandacht voor mij vormt een brug tussen de formele en de informele zorg,” licht Sebnem toe. “Het brengt diverse disciplines en expertises bij elkaar ten behoeve van een groep kwetsbare Amsterdammers. Dat we nu buiten de bijeenkomsten om gebruik kunnen maken van elkaars expertise, zie ik ook als een grote winst.”
Samenwerken in vervolgtraject
Sebnem vindt een stedelijk netwerk cruciaal en pleit voor een regelmatig overleg tussen alle betrokken partners, om te bespreken wat goed werkt en wat beter kan. “Wat komt uit de evaluaties met de deelnemers? Wat betekent dat voor het programma dat we in gezamenlijkheid aanbieden? En wat kunnen we verbeteren om het programma nog beter te laten aansluiten op de behoeften van de deelnemers?” vraagt ze zich af.
Als je bij elkaar komt, kan je ook vooruitdenken. Sebnem stelt voor om te bespreken waar de verschillende groepen behoefte aan hebben en wie dat op welke manier op de korte termijn kan oppakken. “Een partnerorganisatie kan bijvoorbeeld een vervolgcursus aanbieden in hetzelfde buurthuis als waar AvM plaatsvindt. Dan is de stap om deel te nemen aan vervolgaanbod voor de deelnemer een heel stuk kleiner. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Als we hierover regelmatig van gedachten wisselen, kunnen we met elkaar en met de coördinator toewerken naar een goede planning. De kracht van Aandacht voor mij is dat het zo verbindend werkt. Ik zou dat ook willen behouden voor het vervolgproject. Ik heb mijn expertise, maar alleen daarmee kan je niet tegemoetkomen aan alle behoeften van mensen. Daar heb je elkaar voor nodig.”
Sleutelfiguren die de cultuur begrijpen en de moedertaal spreken van mantelzorgers met een migratieachtergrond, spelen een cruciale rol in de hulpverlening. Daarvan is Menekse Tromp, voorlichter over steun aan mantelzorgers binnen Aandacht voor Mij (AvM), overtuigd. “Als je weet wat er speelt, kun je mensen beter begeleiden.
27 maart 2026
Markant traint en ondersteunt mantelzorgers en zorgprofessionals op het gebied van mantelzorg(ondersteuning), als onderdeel van Cordaan. Menekse Tromp is coördinator vrijwilligerswerk bij Markant. Zij gaf een voorlichting over steun aan mantelzorgers binnen de pilot Aandacht voor mij & Mantelzorg, die in 2025 en 2026 in Amsterdam-Oost en Zuidoost draaide.
Welzijn op Recept knoopte de samenwerking aan omdat er veel vrouwelijke mantelzorgers meededen aan Aandacht voor mij (AvM) en we op zoek waren naar welk aanbod het beste bij hen aan zou sluiten. Markant biedt in hun programma trainingen, inloopspreekuren en adviesgesprekken aan.
Menekse kijkt positief terug op de samenwerking. “Wij kwamen direct in contact met mantelzorgers met een migratieachtergrond, een belangrijke doelgroep voor ons.” Ze weet uit ervaring dat mantelzorgers met een migratieachtergrond vaak minder goed de weg weten te vinden naar hulpverleners. Soms omdat ze de taal niet goed spreken, en soms omdat ze niet weten hoe het hier in Nederland werkt. “En dan kunnen ze vast komen te zitten met hun problematiek.”
Sleutelfiguren die de cultuur begrijpen en de moedertaal spreken van mantelzorgers met een migratieachtergrond, zijn cruciaal, volgens Menekse. Het schept vertrouwen als je dezelfde taal spreekt, waardoor mantelzorgers zich eerder open durven te stellen. Deze groep kan het lastig vinden om te praten over hun situatie. Ze komen uit een gemeenschap waarin iedereen elkaar kent en er soms een stigma rust op het praten over je problemen.
Markant heeft een divers team. Menekse spreekt Turks, een collega van haar Marokkaans en bij de bijeenkomst in Oost namen ze iemand mee die goed Arabisch spreekt. Dat werkt goed, volgens Menekse. “Op het moment dat mantelzorgers zich verbonden voelen met de hulpverlener, komen ze los en hoor je een heleboel. Als je weet wat er aan de hand is, lukt het beter om mensen te begeleiden. En je kan laten weten dat het normaal is hoe zij zich voelen en dat ze ondersteuning kunnen krijgen. Daarna durven ze meer.”
Grenzen aangeven
Wat vaak terugkeert in de begeleiding van mantelzorgers en zorgprofessionals, is grenzen aan durven geven en nee leren zeggen. Het zorgen voor iemand die dat niet meer zelf kan, is een verantwoordelijke rol, waar naasten zich vaak volledig voor inzetten. Het kan ze boven het hoofd groeien, als het niet lukt om tijdig grenzen aan te geven. “Met trainingen en cursussen zoals Aandacht voor mij kun je oefenen met wanneer en hoe je je grenzen aangeeft, met respect voor de ander,” legt Menekse uit.
“Het gaat om kleine stappen in een langdurend proces. Iemand durft vandaag tegen iets kleins nee te zeggen. Probeert het een dag later nog eens en gaat misschien de deur uit om iets voor zichzelf te doen. Als je je er eenmaal bewust van bent, kun je groeien.”
Samenwerken met andere organisaties
Markant gaf de voorlichting tegelijk met een andere partner: Arkin, die gespecialiseerd in het omgaan met stress. Menekse noemt deze samenwerking ook een pluspunt. Ze hebben elkaar beter leren kennen en spraken af om cliënten naar elkaar door te verwijzen. Als de lijnen kort zijn kunnen ze kennis en ervaringen uitwisselen en de zorg weer verdiepen. Ze ziet genoeg redenen om de eerste kennismaking en samenwerking binnen Aandacht voor mij, ook met stichting Prachtvrouw die het in Oost organiseerde, verder uit te bouwen in de toekomst.
Eenzaamheid is een groot probleem in de stad. Vier op de tien Amsterdammers voelt zich weleens tot regelmatig alleen, waarvan één tot twee chronisch eenzaam is. Welzijnscoaches kunnen dit signaleren en mensen weer op weg helpen, onder andere via het programma Aandacht voor mij.
16 mei 2025
In gesprek met Aya Taouil, projectleider Welzijn op Recept en beleidsadviseur Eenzaamheid, Annemieke Winder projectleider Aandacht voor mij, van stichting Vrouwen Vooruit en Wendy van Beeten, welzijnscoach Amsterdam-West.
Wendy: “Als welzijnscoach spreek ik mensen die doorverwezen zijn met psychosociale klachten, waarbij geen medische of psychosociale behandeling nodig is. Ze zeggen meestal niet meteen dat ze eenzaam zijn. Dat komt vaak pas in het tweede of derde gesprek aan de orde, als we praten over waar ze willen dat hun leven naartoe gaat. Er zijn verschillende soorten eenzaamheid. Bij emotionele eenzaamheid is iemand bijvoorbeeld zijn maatje verloren of mist het contact met familie. Het kan ook ernstiger zijn. Dan voelt diegene zich niet meer verbonden met de maatschappij, een ingewikkeld probleem dat verstrekkende gevolgen kan hebben.”
Annemieke: “Als projectleider van Aandacht voor mij kom ik het tegen bij vrouwen met een migratieachtergrond die uit een collectivistische cultuur komen. Zij zijn gewend om te zorgen voor hun kinderen en familieleden. Meestal hebben ze geen werk en zijn ze vooral binnenshuis actief. Een aantal van hen heeft ook een trauma opgelopen waardoor ze continue onder stress staan. Als ze te lang over hun persoonlijke grenzen heengaan, ontstaan er lichamelijke klachten. Bij aanhoudende problemen trekken zij zich terug, kunnen ze in een isolement raken en zich eenzaam voelen.”
Aya: “Eenzaamheid kom ik tegen in beleidsstukken, cijfers en onderzoeken, maar vooral in de verhalen van Amsterdammers die onvoldoende aansluiting vinden bij hun omgeving. Als beleidsadviseur zie ik hoe eenzaamheid verweven is met brede maatschappelijke thema’s zoals gezondheid, bestaanszekerheid en participatie. In Welzijn op Recept loopt eenzaamheid als een rode draad mee: veel mensen worden verwezen vanwege gevoelens van isolement, verlies of gebrek aan zingeving. WoR biedt een laagdrempelige ingang om deze signalen op te vangen en samen met professionals uit zorg en welzijn perspectief te bieden.’’
Mijn moeder kookte altijd een extra bord voor de buurvrouw
Aya Taouil
Wendy: “Het is vaak moeilijk om mensen te motiveren die eenzaam zijn. Ze vinden het lastig om aan het openbare leven deel te nemen, omdat ze verwachten dat mensen hen niet begrijpen. Ik kan een keer meegaan naar een activiteit om de drempel te verlagen, maar niet structureel. Het is daarom cruciaal dat we een activiteit vinden die zoveel mogelijk past bij wat diegene echt zelf wil en kan.”
Annemieke: “Vrouwen kunnen het vervelend vinden om hulp te vragen. Voor sommigen is het ook een taboe om over mentale problemen te praten. Het is daarom belangrijk om als organisatie in de wijk geworteld te zijn. Wij gaan naar plekken waar we deze vrouwen mogelijk tegenkomen en werken met wijksteunvrouwen, dat zijn ervaringsdeskundigen, die gedrag herkennen en met de vrouwen in gesprek gaan. We gaan ook naar scholen toe waar we moeders spreken. En we staan in contact met maatschappelijk werkers, welzijnscoaches, paramedici en de huisarts, die een signalerende functie hebben.”
Aya: “Eigenlijk heeft iedereen een signalerende functie, alleen is onze samenleving individualistischer geworden, en door alle gebeurtenissen in de wereld ook wat wantrouwiger. Het is minder vanzelfsprekend om naar elkaar om te kijken. Ik ben er juist mee opgegroeid. Mijn moeder kookte altijd een extra bord voor de buurvrouw die vroeg weduwe was geworden. Zo’n contact creëert onderling vertrouwen, waardoor je weet waar je terecht kan als het niet goed gaat.”
Annemieke: “In zes bijeenkomsten leren vrouwen op verschillende manieren wat ze zelf kunnen doen aan hun klachten. En hoe ze de balans weer vinden tussen wie ze zijn, wat ze zelf belangrijk vinden en wat ze voor andere mensen doen. In de eerste bijeenkomst bespreken we: wat is gezondheid voor jou? Want dat gaat over meer dan lichamelijke klachten. Verder bespreken we wat stress met je lichaam doet. Hoe je je grenzen aangeeft. Hoe je kan blijven bewegen als je pijn hebt en hoe je ontspant.”
Aya: “Het is vaak de eerste keer dat de vrouwen stilstaan bij hun welzijn. Zij merken dat voor jezelf zorgen en weten wie je als persoon bent geen luxe is, maar een recht. Het is een voorwaarde om je weer met anderen te kunnen verbinden.”
Het is een illusie dat eenzaamheid – ploep! – weg is als je iemand koppelt aan een activiteit
Wendy van Beeten
Annemieke: “Welzijnscoaches verwijzen vrouwen door naar Aandacht voor mij. Ze komen vaak naar de eerste bijeenkomst om te zien hoe het met de deelnemer gaat en bij de laatste bijeenkomst zijn ze opnieuw aanwezig. Dan kijken ze of de vrouw al interesse heeft om activiteiten te ondernemen. Deze vervolgstap is belangrijk want als de deelnemers iets doen wat ze leuk vinden, ontmoeten ze niet alleen andere buurtgenoten, maar ervaren ze ook meer zingeving in hun leven. Dat is een belangrijke factor in het tegengaan van eenzaamheid.”
Wendy: “Echt diepe eenzaamheid kunnen wij niet oplossen. Soms hebben mensen hun hele netwerk verloren. Wat we wel kunnen doen is samen kijken naar wat die persoon graag wil doen. We vragen door op wat iemand interessant vindt en stimuleren om zelf iets aan de situatie te veranderen. Zodat diegene zich op termijn beter gaat voelen. Maar het is een illusie dat eenzaamheid – ploep! – weg is als je iemand koppelt aan een activiteit. Als deze persoon weer thuis is en de deur achter zich dichttrekt dan is het eenzame gevoel weer sterk aanwezig.”
Annemieke: “Aandacht voor mij is een tussenstap. Wij kunnen in zes bijeenkomsten niet alle klachten wegnemen. We zijn geen wonderdokters. Het gaat er meer om dat de vrouwen op een andere manier omgaan met hun klachten, weer actiever worden en zich prettiger in hun leven voelen. Zoiets simpels als met lotgenoten bij elkaar komen en ervaringen delen, schept al een band en maakt de problemen voor de vrouwen mentaal minder belastend. Dat is al een substantiële bijdrage aan de kwaliteit van iemands leven.”
Als je hier open over bent, help je niet alleen jezelf, maar ook anderen
Aya Taouil
Aya: “Aandacht voor mij is een hele laagdrempelige en concrete aanpak. Het is ook een veilige plek waar vrouwen hun verhaal durven delen en zich weer gehoord en gezien voelen. Dat versterkt hun zelfvertrouwen. Derde generatie Nederlanders, kinderen van migrantenouders zoals ik, kunnen ook een belangrijke rol spelen. Ik kan me goed inleven in mensen met een migratieachtergrond en zij herkennen zich in mij. Ik weet wat je hebt meegemaakt, zeg ik tegen ze. Het is okay om hierover te praten. Je kwetsbaarheid is ook je kracht. Als je hier open over bent, help je niet alleen jezelf, maar ook anderen. Want jullie voelen hetzelfde. Er is geen leven waarin dit soort vraagstukken niet spelen.”
Aandacht voor mij draait momenteel in Amsterdam-West waar het is ontstaan, Nieuw-West, Oost en Zuidoost. Meer weten? welzijnoprecept@amsterdam.nl
In de oosthoek van Amsterdam-Noord, waar het pontje naar het KNSM-eiland heen en weer vaart, staat het houten paviljoen van De VerbroederIJ. Dit café-restaurant met strand, varkensverblijf en moestuin is een goed voorbeeld van een sociaal groeninitiatief waar Welzijn op Recept naar kan doorverwijzen. “Als je met je handen in de grond zit te wroeten, stimuleer je de aanmaak van een gelukstofje in je hersenen.”

8 juli 2024
Brigitte Kuiper is vrijwilligerscoördinator van De VerbroederIJ en De MoestuinderIJ, een kas en tuin waar groenten, fruit, kruiden en bloemen worden geteeld. De MoestuinderIJ bestaat nu zes jaar en is open van februari tot december op dinsdag- en vrijdagochtend. Dan komen oude en nieuwe Noorderlingen van alle leeftijden en uit allerlei verschillende culturen samen in het groen werken.
Bij De MoestuinderIJ zijn de mensen ‘lekker met hun handen bezig’. Ze zaaien zaden, wieden onkruid, bewateren de planten en leren over de verschillende manieren van composteren. Na de oogst gaat de sla naar het restaurant, het snijafval is voer voor de varkens Barry en Rosita,
en wat overblijft verdelen de deelnemers onderling.
Tijdens het moestuinieren vertelt Brigitte hoe je zonder bestrijdingsmiddelen verantwoord eten kunt verbouwen. “Een gezonde bodem zit vol micro-organismen. Als je hiervan groenten eet, voed je je microbioom, de biljoenen bacteriën die samen met virussen, gisten en schimmels in je darmen huizen. De darmen hebben een eigen zenuwstelsel, dat verbonden is met de hersenen. Dus als je met je handen in de grond zit te wroeten, neutraliseer je je lichaam en stimuleer je de aanmaak van een gelukstofje in je hersenen.”
Brigitte Kuiper werkt met Merel Bernardt, de tuincoach die een permacultuuropleiding volgde, en Wendy Rats, de oprichter en coördinator van De VerbroederIJ, die een biodynamische en ecologische opleiding heeft gedaan aan de Warmonderhof. Zij is tevens de sociale coach die de groepsdynamiek begeleidt. Samen zetten zij permacultuur in, een agrarische methode waarbij planten bij elkaar worden geplaatst die elkaar natuurlijk versterken. Door de wisselwerking tussen de verschillende gewassen ontstaat op termijn een duurzaam ecologisch systeem.
Op eenzelfde manier gaan ze met mensen om. “Vanuit ons motto ‘zorg voor jezelf, zorg voor elkaar en eerlijk delen’ proberen we elkaar te versterken. Iedereen heeft talenten en iets te bieden.”
Bij De MoestuinderIJ komen mensen die ervaren dat de natuur ze een goed gevoel geeft én buurtgenoten die vastzitten in patronen waar ze graag uit willen komen, weinig te besteden hebben of gezondheidsklachten ervaren. Brigitte bespreekt altijd met nieuwkomers wat ze leuk vinden om te doen, wat er lichamelijk en/of mentaal mogelijk is en waar De MoestuinderIJ rekening mee kan houden. “Als iemand aangeeft dat hij autistisch is en niet goed tegen omgevingsgeluid kan, dan ga ik helemaal uitpluizen hoe we het zo kunnen regelen dat diegene toch kan shinen!”
Tijdens het werken in de tuin en bij de lunches praat Brigitte met de deelnemers, waarbij haar jarenlange ervaring als maatschappelijk werker goed van pas komt. “We hebben het naast koetjes en kalfjes ook over levensvragen. Informeel, het is hier toch anders dan dat je in een wit kantoor zit.”
Sommige deelnemers wantrouwen officiële instanties. Als iemand op een gegeven moment toch hulp wil zoeken, dan legt Brigitte een kort lijntje met huisartsen en hulpverleners in Amsterdam-Noord. “Altijd met toestemming vooraf en met iemand uit ons netwerk die wij vertrouwen. Alles begint met vertrouwen. Daar investeren wij in. En als iemand al een behandelaar heeft, stemmen we onze adviezen op elkaar af.”
De moestuinders praten ook met elkaar over waar iemand tegenaan loopt in het leven en delen hun persoonlijke ervaringen. Door deze gesprekken en de uitwisseling met Brigitte, Wendy en Merel, ontstaat weer enig perspectief. “De mensen knappen hier echt op, dat is zo leuk om te zien”, vertelt Brigitte. “Op een gegeven moment zien ze zichzelf weer als iemand die wat te bieden heeft. Ze leren accepteren dat ze sommige dingen niet meer kunnen en zien beter in welke mogelijkheden er nog wel zijn.”
In 2018 wonnen Wendy Rats en Tania Spaans een prijsvraag vanuit de gemeente met de vraag: welke sociaal ondernemer heeft een plan voor 3000m2 aan het IJ waar alle buurtbewoners profijt van hebben? Zo ontstond De VerbroederIJ. De strandtent annex moestuin ligt naast de Vogelbuurt, een wijk waar relatief veel mensen in bestaansonzekerheid leven. “Maar in plaats van hun problemen richten wij ons liever op de mogelijkheden die er zijn om er samen wat beters van te maken”, aldus Brigitte.
Sinds 2023 is De MoestuinderIJ een van de groeninitiatieven waar Welzijn op Recept naar doorverwijst, vanuit De kracht van de natuur. Meer weten? Neem contact op met De VerbroederIJ via info@deverbroederij.nl of Met Welzijn op Recept via welzijnoprecept@amsterdam.nl.